Over vraag- en antwoordspellen

Vraag- en antwoordspellen bestaan al sinds de 18e eeuw. Hoewel er nog veel kwissen op de televisie zijn, worden vraag- en antwoordspellen thuis nog maar zelden gespeeld. In zijn meest eenvoudige vorm bestaat het spel uit een stapeltje kaarten met vragen en een stapeltje met antwoorden. Omdat de kaarten worden geschud, kloppen de antwoorden niet meer met de vragen. Vroeger las een jongen de vragen een voor een voor en dan gaf het meisje het antwoord van haar kaartjes, Dit leidde tot combinaties als 'Blieft gij gaarne groene erwtensoep?' en 'Alleen bij volle maan'. Lang geleden moest men daar om lachen. Het spel is toch bijzonder interessant omdat de vragen en antwoorden ons een aardig tijdsbeeld geven. Het achterliggende doel van het spel was om de jeugd praktisch onderricht te geven in de kunst van het converseren. In veel spellen zien we zeer persoonlijke vragen aan jonge dames, zoals 'Mag ik u eens ferm kussen?' en beleefde maar absoluut nietszeggende antwoorden aan de jonge heren, zoals 'Ik zal daar eens goed over denken en u dan bescheid zenden'. Begin 1900 evalueerde het vraag- en antwoordspel van kindervermaak tot bezigheid voor pubers, met meer volwassen en soms zelfs pikante vragen. In de wilde jaren '60 van de 20ste eeuw verschenen versies die het voorspel lijken voor partnerruil. Opvoedkundiger bleef de elektrische versie, waarbij je twee stekkertjes moest verbinden aan de correcte combinatie van vraag en antwoord, waardoor een belletje of een lampje aangaf dat het antwoord juist was. Electro van Jumbo, wie is er niet groot mee geworden? En hoe was het mogelijk dat een plastic robot op een rond spiegeltje altijd het goede antwoord aanwees? Een lezing die een onthullend kijkje geeft op de brave burgerlijkheid in vroeger tijden. Maar ook jeugdsentiment: een vrolijk weerzien met Pim Pam Pet en de Elektrische Schoolmeester.

Lengte naar keuze 30 tot 60 minuten.